schors b.jpg
uit de pers
home
agenda
fotogalerij
interview
muziekfragmenten
biografie
uit de pers
contact
“Heleen Koele geeft warmte aan buitenconcert.... Gelukkig was de integere, onopgesmukte stem van
Heleen Koele goed te horen! Zij was het die als eerste warmte bracht in deze heldere maar frisse
zomernacht.
Heleen Koele zong samen met het Orkest (van het Oosten) o.l.v. de Russische dirigent Nikolay
Alexeev als een zoete midzomernachtsdroom het Lied aan de Maan van Dvorak, de complete
briefscene uit Tjaikovsky’s Onegin en Rachmaninov’s Vocalise. Prachtig! “ (Stentor)

“Sopraan Heleen Koele was met afstand de beste soliste; adembenemend helder, en tegelijk met een
diepgang die deed vermoeden dat zij in de muziek en in de tekst troost vond en die vervolgens aan
het publiek aanbood. Händel liet via haar goddelijke stem als het ware ‘het sterfelijke met
onsterfelijkheid‘ bekleden.“
(Gooi en Eemlander)

“De meeste warmte werd tentoongespreid door sopraan Heleen Koele. Haar goudgerande stem liet
het “Ihr habt nun Traurigkeit gloeien, zeldzaam en intens”
(Brahms, Telegraaf)

“De sopraan Heleen Koele met haar sprankelende colloratuur, zal men niet gauw vergeten.Toen zij
zong: Exsultate Jubilate was dat ook de omschrijving van haar stem: stralend en welluidend!”
(Leiderdorp)

“Sopraan Heleen Koele is een sterke troef. Zij is de utltieme diva en draagt deze opera (Fra Diavolo)
uit 1830. Op het moment dat Koele met haar omvangrijke gestalte in geblokt mantelpak opdoemt in
het hoge gras, krijgt de opera een hart. Op hoge hakken balanceert zij met opgeheven hoofd tussen
haar keurige Adriaan van Dis-achtige echtgenoot en de duivelse “ANWB-contoleur.”
(Stentor)

“De sopraan Heleen Koele was volkomen voor haar zware taak berekend. Tot tweemaal toe vraagt
Verdi de roemruchte hoge C, die door Heleen Koele zuiver, en schijnbaar moeiteloos tot klinken
kwam.”
 (Requiem, Kennemer)

“U had dinsdagavond in het Concertgebouw in Amsterdam moeten zijn. Daar werd de Messiah van
Händel uitgevoerd, en wie deed de sopraanpartij? Heleen Koele uit Zwolle! Ze deed dat op een
voortreffelijke manier. Je moet per slot van rekening wel wat in huis hebben om op dat podium te
mogen staan. Ze zag eruit als een diva in haar geweldige groenzijden robe.
Ik kreeg zelfs kippenvel bij Heleens vertolking van “I know that my Redeemer liveth. Enkele rijen voor
mij  begon een aantal mensen spontaan te applaudisseren, wat hoogst ongebruikelijk is.“
(ingezonden
brief in de Zwolsche Courant)
 

“Die glänzenden Sopranistin Heleen Koele sang die Arie “Jerusalem, die du totest die Profeten” lyrisch
und beseelt“
(Paulus, Berliner-Oder Zeitung)

“De Nederlandse sopraan Heleen Koele liet zich het genoegen goed smaken onder zo’n orkest en
dirigent te mogen werken. Op sobere maar doeltreffende wijze voorzag zij haar talrijke recitatieven
van een kernachtige inhoud en wist zij in de soloaria’s extra muzikaliteit toe te voegen.“
(Paulus,
Trouw)

“Heleen Koele zingt een koningin-moeder die hopeloos verscheurd is tussen gezond verstand en
moederliefde. Haar duet met Nico van der Meel (Belshazzar) is een van de hoogtepunten van de
middag.”
(Gelderlander)

“Een hoogtepunt was wel het lied “Mijn Lief” gezongen door sopraan Heleen Koele, veel gevoel en
zeggingskracht met een geweldige uitstraling; waarschijnlijk heeft Schubert het zo bedoeld!”  
(Stentor)

“Maar Mahler heeft nog meer in petto! In het 4e deel is het de beurt aan Heleen Koele met een
imponerende solo. Gesteund door haar prachtige dictie hoefde zij nergens geforceerd moeite te doen
om boven het orkest uit te komen. Zij bewees op pure klasse de kracht van de menselijke stem.”
(Uitgeester)

“Luister naar het couplet “Gute Nacht o Wesen” waarin de soli van Heleen Koele en Marjon Strijk diep
weten te ontroeren door hun uitmuntend gerealiseerde colloraturen”
(Bach, Luister)

“Het zijn de teksten van Goethe en de muziek van Schubert die samen verhalen van smachtende
liefde, van vreugde en verlangen. Koele en Faber spelen een vermakelijk spel met een perfecte timing
en hemels gezang.
Het is alsof de emoties bij Heleen Koele als vanzelf hun plek vinden: zoals ze fleemt, verleidt, in
woede kan uitbarsten of voor het hoge venster naar haar beminde verlangt”
(Stentor)

“Met name de solistische passages van sopraan Heleen Koele kregen een prachtige souplesse in de
tedere melodielijn.”
(Dixit Dominus,Trouw)

“Sopraan Heleen Koele muntte uit in haar evenwichtige benadering van tekst en muziek: geen vals
pathos, ze schonk heldere en klare wijn.”
(Weihnachtsoratorium, Volkskrant)
links